Mythen of feiten, leugen of waarheid, vandaag niet getest door de “mythbusters”, maar wel opgezocht door Belgische-Bieren.be.

Mythe 1: Hoe kouder het bier, hoe lekkerder!

In reclame zie je vaak ijskoude biertjes.  Visueel ziet dit er wel goed uit, maar is het dan ook lekkerder?

De meeste bieren zijn het lekkerst tussen de 7 en de 10 graden, kouder dan 7 graden verliest het een stuk van zijn smaak.  Je smaakpapillen worden dan verdoofd.
Pils smaakt het best rond de 7°, meer complexere, donkere, of op hout gelagerde bieren worden zelfs best nog iets warmer gedronken, rond de 12° is heel normaal.

Tip: slechte witte wijn schenk je best zo koud mogelijk.  Of nog beter: drink bier!

Conclusie: Mythe, leugen!

Mythe 2: Hoe donkerder het bier, hoe meer alcohol er in zit

De kleur van het bier staat los van de hoeveelheid alcohol die er in zit.

Wat is één van de meest verkocht donkere bieren ter wereld? Juist: Guinness. Hoeveel alcohol zit daarin? Ongeveer 4.3%! Zelfs in een Stella of een Jupiler zit al meer alcohol.

Mensen denken snel dat donker bier meer alcohol heeft, dit omdat het smaakt als een ” zwaar” bier en een donkere kleur heeft.  De donkere kleur komt van de kleur van de mout.

Conclusie: Mythe, leugen!

Mythe 3: Van bier krijg je een bierbuik

Een normale bierconsumptie is geen dreiging voor je buik.  Degene die ooit met de term bierbuik is begonnen had blijkbaar iets tegen bier. De calorieën in bier zijn niet hoger dan de calorieën in veel andere dranken.

Komt het dan door de koolhydraten?  Dit moet je in het juiste perspectief zien.  Een gemiddeld biertje heeft net zoveel koolhydraten als een glas wijn, grof gezegd tussen de 10 en 20 gram. Volgens een studie uit 2009, bevat bier ook ongeveer 2.5 gram van gerst afgeleide vezels. Dat is net zo veel als een sneetje brood.  Vandaar de term “glazen boterham”.

Uitgebreid onderzoek in Groot-Brittannië en Tsjechië toont aan dat er geen aantoonbare relatie is tussen bier drinken en een bierbuik. De boosdoeners zijn waarschijnlijk de snacks die je eet tijdens het drinken.

Conclusie: Mythe, leugen!

Mythe 4: Bier moet zo jong mogelijk gedronken worden

Een pils laat zich niet goed bewaren, hier klopt dit dus.  Een IPA word ook best jong gedronken, dit omwille van de extra hops die hier aan worden toegevoegd, die extra smaak van de hops ebt weg naarmate dat het bier ouder wordt, het verliest dus wat van zijn typische smaak wat natuurlijk zonde is.

Donkere bieren, met hogere alcoholpercentages, laten zich daarentegen in veel gevallen wel goed bewaren.  Ze kunnen zelfs lekkerder worden na jaren rijping.  Een Westmalle Dubbel van 10 jaar oud is vandaag een delicatesse!  Door de jaren heen evolueert de smaak zich en kunnen er zelfs nieuwe smaken ontwikkelen.

Wij adviseren dus om te experimenteren, durf eens enkele flesjes een jaar of 5 in de kelder te zetten, om dan elk jaar één te proeven om te zien hoe het bier zich verder ontwikkelt.

Conclusie: voor pils/IPA waarheid, voor donkere bieren mythe

Mythe 5: Vrouwen worden sneller zat dan mannen

Vrouwen zijn gemiddeld kleiner dan mannen en hebben meer vet en minder spieren. Daardoor bevat het lichaam van een vrouw minder vocht dan dat van een man. Alcohol wordt bij vrouwen minder verdund en daarom worden zij sneller dronken. Eenzelfde hoeveelheid alcohol heeft bij vrouwen tot 30 procent meer invloed. Een standaardglas bevat 10 gram alcohol. Bij mannen leidt dit tot 0,2 procent alcohol in het bloed, bij vrouwen tot 0,3 procent.

Wel is het zo dat jongere mannen meer drinken en dus vaker dronken in het straatbeeld te zien zullen zijn.

Conclusie: Feit!

Mythe 6: Als je verschillende bieren door elkaar drinkt wordt je sneller zat

De volgorde waarin je je biertjes drinkt of proeft speelt helemaal geen rol bij de neveneffecten van alcohol. Of je dezelfde hoeveelheid alcohol enkel met bier of allemaal verschillende soorten dranken door elkaar heen naar binnen werkt maakt ook geen verschil uit. Je krijgt in alle gevallen last van uitdroging, geheugenverlies, misselijkheid en je wordt overgevoelig voor licht en geluid.

De mate van vergiftiging (dronkenschap) wordt bepaald door het alcoholgehalte in je bloed, niet door het switchen van het ene naar het andere bier.

Wel zal je een betere proefervaring hebben als je opbouwt naar een hoger alcoholpercentage, maar het heeft dus geen invloed op de snelheid van intoxicatie.

Conclusie: Mythe, leugen!

Mythe 7: Bier uit blik is vies

Er zijn twee zorgen bij bier bewaren in flesjes, zuurstof en licht. Flesjes zijn niet perfect. Met de tijd komt er zuurstof onder de dop door en dat zal je bier naar karton laten smaken. Ook het licht wat door het glas komt is niet bevorderlijk.

De ergste flesjes, zijn de flesjes die doorschijnend glas hebben, zoals Corona’s. En de hippe twist-off doppen sluiten minder goed af dan de gewone kroonkurken.

Niets houdt frisheid beter vast dan blik!  Een blikje houdt simpelweg beter licht en zuurstof buiten de deur.

Hou je niet van het gevoel van een blikje aan je mond? Giet het biertje dan eerst in een glas, dat is toch de beste manier om een goed biertje te drinken.

Vanuit de Verenigde Staten is er een heropstanding bezig van bier in blik, in België is deze evolutie nog pril maar wordt dit de volgende jaren wel verwacht.

Conclusie: Mythe, leugen!

Mythe 8: Bier moet helder zijn

Bieren kunnen heel helder zijn, jammer genoeg is dat soms een gevolg van een agressieve filtering, waarmee niet alleen het bier helder wordt, maar ook smaken en aroma’s verloren gaan :’-(.

Veel bieren van hoge gisting werken vandaag met een hergisting in de fles, dit zorgt automatisch voor een troebelheid.  Men werkt wel meer en meer met “plakgist” waardoor je echt kan kiezen of je de gist onderin het flesje bij je glas schenkt of niet.

Sommige biersoorten horen zelfs troebel te zijn, bijvoorbeeld witbier.

Conclusie: Mythe, leugen!

Mythe 9: Bruin bier is goed voor vrouwen die borstvoeding geven

Iedereen heeft dit al wel eens gehoord, maar is dit ook zo?  In bruin bier zitten vitamine B, wat goed is voor moeder en baby.  Ook zorgt bruin bier voor een hoger gehalte aan anti-oxidanten in de moedermelk, dit zorgt voor een betere weerstand van de baby.

Maar laten we duidelijk zijn, alcohol is niet goed voor vrouwen die borstvoeding geven!  Dit komt via de moedermelk bij de baby terecht en dat remt zijn ontwikkeling. Bovendien kan de baby er slaperig van worden en daardoor niet veel zin hebben om te drinken.  Daarom mijdt men best alle alcoholische dranken tijdens de borstvoedingsperiode.

Hier gaat het over alcoholvrij bruin bier dat een positief effect heeft.  Dit schrijft men toe aan de aanwezigheid van gerst en hop. Gerst bevordert de productie van het hormoon prolactine, dat de melkproductie op gang brengt. En hop kan voor rust en ontspanning zorgen.

Conclusie: Feit, op voorwaarde dat het alcoholvrij bruin bier is!

Mythe 10: Bier is ongezond

Dat een glas wijn per dag gezond is horen we meer. Maar nu blijkt dat bier dezelfde gezondheidsvoordelen heeft en zelfs nog een groter voordeel heeft.

Matig biergebruik blijkt even gezond als matige wijnconsumptie. Zij die nooit een glaasje drinken lopen een hoger risico op hart- en vaatziekten, dan zij die een tot twee glaasjes per dag drinken.

Wat velen bovendien nog vergeten is dat bier een nog groter gezondheidsvoordeel heeft. Voor 100 ml bier moet je 44 calorieën tellen, terwijl je voor dezelfde hoeveelheid wijn 75 calorieën erbij hebt. Dus dames, wat kan er nu lekkerder zijn dan een frisse pint bier op een zonovergoten terrasje? Voor de calorieën hoef je het duidelijk niet meer te laten!

Uiteraard schaadt overdaad, één à twee consumpties per dag is gezond, maar blijf voorzichtig met alcohol, veel alcohol op korte tijd is niet gezond, en kan verslavend zijn.

Conclusie: Mythe, één of twee pintjes per dag kan best