Wankelt de troon van België?

Zelfs uw kleine teen heeft het gemerkt: ambachtelijk gebrouwen bier is een hype. Veertig jaar geleden kwamen Amerikaanse craft brewers in opstand tegen de hegemonie van fletse pils van industriële brouwerijen. Ondertussen is de trend uitgewaaierd naar alle uithoeken van de planeet en vermenigvuldigen artisanale brouwerijen zich overal vliegensvlug. Komt de positie van België als belangrijkste bierland ter wereld in gevaar?

Nergens is er een grotere diversiteit aan bierstijlen te vinden dan in ons land. Dat komt omdat Belgische brouwers in het verleden nooit aan banden werden gelegd door strenge regelgeving, zodat ze de vrijheid behielden om naar hartenlust hun eigen traditionele bieren te maken. In andere landen was dat wel anders. Er werden hoge taksen op hop en mout geheven, brouwerijen kregen strikte beperkingen opgelegd, enzovoort. Het meest frappante voorbeeld daarvan was het Reinheitsgebot in Duitsland. Alleen drank die was gemaakt met mout, water en hop – dus geen suiker, kruiden of fruit – mocht ‘bier’ worden genoemd en de rest niet.

In België daarentegen maakten brouwers uitvoerig gebruik van ongemoute granen, diverse vruchten en aromatische ingrediënten zoals korianderzaad en gedroogde sinaasappelschillen. Ze verhoogden het alcoholgehalte van hun bier, ontdekten hergisting op fles en rijping op houten vaten. Terwijl de biercultuur in de rest van de wereld, mede door de steile opmars van pils, van langsom meer verschraalde, werd die in ons land steeds rijker en gevarieerder. Geen wonder dat Belgisch bier een begrip is geworden dat qua weerklank op internationaal vlak niet moet onderdoen voor Schotse whisky of Franse wijn.

Hoe is dat zo ver kunnen komen? Het begon allemaal in 1978 met een wet waaronder toenmalig president Jimmy Carter – een geheelonthouder nota bene – zijn handtekening zette en die thuisbrouwen in de VS legaal maakte. Terwijl ze zich voordien genoodzaakt zagen om elkaar in het grootste geheim te ontmoeten, verenigden rebelse hobbybrouwers zich vanaf dan met één gemeenschappelijk doel voor ogen: de strijd aanbinden met grote pilsmerken als Budweiser, Coors en Miller, die de Amerikaanse biermarkt hadden ingepalmd en omwille van hun vlakke, waterachtige smaak werden verafschuwd door de opstandelingen.

BELGIË BOVEN!

De kiemen van de revolutie werden gezaaid door even gepassioneerde als eigenzinnige bierliefhebbers, die industriële massaproductie verafschuwden en resoluut kozen voor kleinschalige, artisanale en vooral eerlijke brouwsels, waaraan geen extra suiker, aspartaam, maïs, rijst, schuimstabilisatoren, kleurstoffen, bewaarmiddelen of andere chemische additieven waren toegevoegd. Ze keerden zich eensgezind tegen de alleenheerschappij van American lager, gesymboliseerd door de zogeheten King of Beers, zoals Budweiser door Joe Sixpack liefkozend werd genoemd. Aan durf en enthousiasme ontbrak het craft brewers niet. Aan kennis, ervaring, grondstoffen, materiaal, kapitaal, marketing en een afzetmarkt des te meer. Omdat het Amerikaanse bierpatrimonium uit niet veel meer dan veredeld afwaswater bestond, richten ze de blik in eerste instantie noodgedwongen naar Groot-Britannië.
Dat wij het bier aan de andere kant van het Kanaal doorgaans met tot de rand gevulde pints lauwe en van schuim gespeende lager associëren, is de geschiedenis geweld aandoen. De rijke brouwtraditie van het Verenigd Koninkrijk leidde immers tot toonaangevende bierstijlen zoals porter, stout, barley wine en diverse ales, waaronder pale ale, scotch ale en – de wereldkampioen van de hedendaagse craft beers – IPA of India Pale Ale. Deze relatief eenvoudig te brouwen bieren zouden in de jaren zeventig en tachtig voor een ware ommekeer in de VS zorgen. Hobbyisten schoolden zichzelf om tot professionele brouwers en sommigen van hen begonnen agressief te adverteren zodat ze nationale bekendheid kregen. Hun ambachtelijke kwaliteitsbieren vielen van langsom meer in de smaak van het grote publiek.

Nog voor de eeuwwisseling was de British wave over zijn hoogtepunt heen en zochten de almaar competentere craft brewers nieuwe uitdagingen. Die vonden ze in België. De vrij primitieve brouwtechnieken van de Britse bieren hadden ze zo stilaan onder de knie en ze achtten de tijd rijp om een stap verder te zetten. Voor echte revolutionairen is stilstaan immers achteruitgaan. Net zoals Belgische brouwers gingen ze kruiden en specerijen, vers en gedroogd fruit en rauwe granen als tarwe, haver en spelt in hun bieren verwerken. Ze leerden hoe ze abdijbier als dubbel en tripel, dorstlessend witbier en kurkdroge saison moesten brouwen, voegden vergistbare suikers aan hun bier toe om het zwaarder te maken en waagden zich aan behoorlijk ingewikkelde methodes zoals spontane gisting en dry hopping, waarover later meer.

Imitatie is eerlijkste vorm van vleierij

zei het Britse enfant terrible Oscar Wilde ooit en daar hadden de Amerikaanse craft brewers kennelijk wel oren naar, want ze waagden zich vrijwel allemaal aan minstens één bierstijl die in ons land is ontstaan. Sterker nog: enkele van de hoogst aangeschreven ambachtelijke brouwerijen in de VS maken vandaag bijna uitsluitend Belgian-style beers. Heel wat Amerikanen verkeren overigens in de waan dat Belgium een brouwerij of een biermerk is. En dat is ook wel een beetje zo. New Belgium Brewing Company met name, die sinds 1991 in Fort Collins, Colorado actief is, is momenteel nummer vier van de craft breweries en nummer acht van alle brouwerijen in de VS. Sinds begin 2014 wordt er zelfs Amerikaanse trappist gebrouwen, met name in St. Joseph’s Abbey in het dorpje Spencer, Massachusetts. Naar het recept van de Belgische brouwmeester Hubert de Halleux en nadat twee monniken van de abdij een halfjaar durende opleiding hadden gekregen in de trappistenbrouwerij van Chimay.

OM TER BITTERST

Gaandeweg begonnen craft brewers hun eigen draai te geven aan de Belgische bierstijlen die ze namaakten. Zo creëerden ze, bijvoorbeeld, Imperial Witbier of American Imperial Saison. Hun brouwsels werden almaar gewaagder en extremer. ‘Belgian brewing on steroids’, zoals insiders het omschreven. En zoals te vrezen viel, leidde de craft-revolutie ook tot vrij bizarre uitwassen. Brouwers zijn immers ook maar mensen. Zo bezondigen ze zich soms aan redelijk kinderachtige spelletjes. Het bitterste of zwaarste bier ter wereld maken, bijvoorbeeld. En voor je het weet, loopt dat behoorlijk uit de klauwen. De zogeheten hop wars in de VS resulteerden in bieren die qua bitterheid zo hoog scoorden, dat ze nagenoeg ondrinkbaar waren.

Sinds enkele jaren zijn bepaalde brouwerijen in een razend spannende strijd verwikkeld om het alcoholgehalte in bier naar nooit geziene hoogten op te tillen. Daartoe wordt de zogeheten vriesdistillatietechniek aangewend, waarmee onze Oosterburen ook zogenoemde eisbock-bieren maken. Bier gaat in de diepvriezer en omdat het vriespunt van alcohol lager licht dan dat van water, kan de brouwer na verloop van tijd het gedeeltelijk bevroren bier scheiden van een concentraat met een hoger alcoholgehalte. Dit doodsimpele procédé om bier te versterken kan meermaals worden herhaald, zodat je desgewenst echte alcoholmonsters verkrijgt.

Brouwers, die te allen prijze op aandacht uit zijn, bakken het wel bijzonder bruin. Van bier dat is gemaakt op basis van oesters, aardappelen, rabarbertaart of gistcellen uit baardhaar staat je verstand misschien nog niet nog stil. Maar wat te denken van rare snuiters die brouwsels met olifantenuitwerpselen, teelballen van walvissen, vaginale bacteriën en sperma van hert produceren? En dan zwijgen we nog van pizzabier, smeerbaar bier en kriekbier dat je zoals glühwein warm moet drinken.

Wat misschien nog het meest het bevattingsvermogen overstijgt, is dat het aantal brouwerijen zowat overal ter wereld exponentieel toeneemt. In 1978 telden de Verenigde Staten nog amper negentig brouwerijen. Momenteel staat de teller al op ongeveer vijfduizend. Gemiddeld komt er elke dag anderhalve brouwerij bij op Amerikaanse bodem. Na het exploderen van de craft-revolutie in de VS waaierde die uit naar de rest van de wereld. Op zes jaar tijd verdubbelde het aantal brouwerijen in Groot-Brittannië en Frankrijk, en verdrievoudigde het in Nederland en Italië. In 1996 was er in Londen welgeteld één brouwerij, vandaag zijn er al meer dan honderd.

Ook in ons land schieten nieuwe brouwerijen als paddenstoelen uit de grond. Gevestigde waarden zoals AB InBev en Duvel Moortgat, die de steile opmars van craft beer met lede ogen moeten aanzien, blijven evenwel niet bij de pakken neerzitten en kopen in de VS en andere landen de ene artisanale brouwerij na de andere op. Desondanks waarschuwen kenners ervoor dat België als ’s werelds belangrijkste bierland weleens van haar voetstuk zou kunnen tuimelen.

Maar er is nog hoop. Want Amerikaanse brouwers beperken zich zoals gezegd niet tot het klakkeloos kopiëren van onze klassiekers, maar geven er ook een persoonlijke toets aan. Hun ingedommelde leermeesters in ons land kregen in de mot dat men overal ter wereld als een blok viel voor deze experimenten, die ze vervolgens op hun beurt begonnen aan te passen. Vandaar dat er steeds meer innovatieve Belgische bieren met een Amerikaans tintje op de markt komen én internationale bijval genieten. Pannepot, het paradepaardje van De Struise Brouwers in het West-Vlaamse Oostvleteren, dat het maximum van de punten krijgt op de gezaghebbende website Ratebeer.com en hoog genoteerd staat in de ranglijst van beste bieren ter wereld, is daar maar één voorbeeld van.

Het begint er in toenemende mate op te lijken dat de cirkel rond is en dat België haar leidersrol in de bierwereld niet zomaar zal afstaan. Hoe dan ook, dat bierliefhebbers alleen maar baat kunnen hebben bij deze concurrentiestrijd, staat buiten kijf.