Van de paters niets dan goed

In de Middeleeuwen begon men in kloosters bier te brouwen om dorstige pelgrims te laven. Vandaag heeft elke grote brouwerij een eigen abdijbier.

Paters komen er in tegenstelling tot bij trappist nog nauwelijks aan te pas, maar jaarlijks worden er wereldwijd wel miljoenen hectoliters van geëxporteerd.

Wat voorafging

Bier of de pest

BEN VINKEN: “In onze contreien waren abdijen cruciaal voor bier. Brouwen was geheel conform de regel van Benedictus, die bepaalde dat de plaatselijke drank in het klooster mocht worden gemaakt om aan te bieden aan dorstige reizigers en pelgrims. In het zuiden was dat wijn, in onze contreien bier. Bovendien was bier een volstrekt betrouwbare drank in tijden van pest- en andere epidemieën. Bier is een gekookte drank, dus vrij van ziektekiemen. Terwijl besmet drinkwater destijds schering en inslag was. Bovendien had bier toen nog een laag alcoholgehalte, te vergelijken met ons huidig tafelbier, en werd het zelfs door kleuters gedronken.”

Grimbergen

Onverwoestbare abdij

VINKEN: “Een abdij heeft iets mysterieus’ en dat wordt in de publiciteitscampagne van Grimbergen perfect uitgespeeld. Het lijkt wel The Name of the Rose, met al die onopgeloste moorden. Het bier dateert van 1958, toen familiebrouwerij Maes uit Waarloos (die later opging in Alken-Maes; red.) een licentiecontract afsloot met de norbertijnerabdij van Grimbergen om die naam voor hun bier te mogen gebruiken. Het logo van de abdij is de ondertussen welbekende feniks, de mythologische vogel die steeds uit zijn as verrijst. Het motto ‘Ardet nec consumitur’ (‘Brandt maar vergaat niet’) verwijst naar het feit dat de abdij maar liefst vier keer is afgebrand, maar telkens werd heropgebouwd. Ondertussen kent het biergamma van Grimbergen een gigantisch succes, niet alleen in ons land, maar ook in Frankrijk.”

Leffe

Numero uno

VINKEN: “Leffe werd al in de 13de eeuw gebrouwen in de gelijknamige norbertijnerabdij nabij Dinant en is één van onze oudste abdijbieren. Onder impuls van een zelfstandige brouwer in Overijse werd het in 1952 opnieuw gelanceerd, nadat met de Waalse abt was overeengekomen royalty’s te betalen om een donker speciaalbier, dat volgens de oude receptuur was gebrouwen, Leffe te mogen noemen. Ondertussen is het een begrip geworden in de wereld van de abdijbieren én de onbetwiste nummer 1. Alleen al in Frankrijk wordt er jaarlijks een miljoen hectoliter van omgezet. Leffe zit vandaag in de portefeuille van ’s werelds grootste brouwerij AB Inbev, die natuurlijk de distributiekanalen heeft om het bier naar alle uithoeken van deze planeet te exporteren.”

»Ik ben me in 1988 persoonlijk met Leffe gaan bezig houden toen ik als marketingverantwoordelijke bij Interbrew (de voorloper van AB Inbev; red.) werkte. Het bier was toen geen grote speler op de markt, veeleer een meeloper. Het werd destijds overigens geschonken in een groot uitgevallen cognacglas. Speciaal voor de Franse markt had Interbrew blonde Leffe ontwikkeld. De Fransen zaten blijkbaar niet te wachten op donker bier. Maar de blonde variant sloeg er wel goed aan. Vervolgens ben ik hard aan de kar beginnen te trekken om blonde Leffe ook in België op de markt te brengen. We hebben toen op een mooie zomer vijfduizend Interbrew-cafés voorzien van een bak blonde Leffe én zes gloednieuwe kelkglazen, die ik had laten ontwerpen en nu nog altijd worden gebruikt. Blijkbaar zat de timing goed en waren de mensen er klaar voor. De rest is geschiedenis. Blonde Leffe heeft een enorme vlucht genomen en heel de markt van abdijbieren en trappisten blond gekleurd.”

Abbaye des Rocs

Het abdijbier dat er geen is

VINKEN: “Abbaye des Rocs is met tien kruiden, zes mout- en drie hopsoorten een typisch Waals buitenbeentje. Een commerciële voltreffer, ook op internationaal vlak. Maar ondanks de naam wordt het bier niet in licentie van een abdij gebrouwen. Het heeft er wel alle kenmerken van, maar is dus strikt genomen geen abdijbier. Dat is niet het enige, hoor. Onder andere Pater Lieven en Dominus zitten ook onder die paraplu, zonder echte abdijbieren te zijn. Al bij al heeft het meer met marketing dan met een bierstijl te maken. De sacraliteit die er al dan niet terecht rondhangt, de mooie kelkglazen, de associatie met kloosterlingen… Dat spreekt aan. Het is zelfs een soort geruststelling, zo van: ‘Het zal wel goed zijn als het van de paters komt.’”

Pater Lieven

Mirakel!

 

VINKEN: “Pater Lieven wordt sinds 1957 gebrouwen door een familiebrouwerij uit Sint-Lievens-Esse. Het bier werd gelanceerd op de Sint-Lievensfeesten die daar om de halve eeuw worden georganiseerd. Dorpsheilige Sint-Livinus was een Ierse monnik, die de lokale bevolking kwam kerstenen. In het jaar 657 zou hij in bizarre omstandigheden zijn overleden. Eerst trokken heidense dorpelingen zijn tong uit, die echter spontaan terug groeide. Daarna werd hij onthoofd, wat hem niet belette om met zijn hoofd onder de arm nog acht kilometer verder te wandelen.” (lacht)