Aardappelen, bospaddenstoelen, brandnetels, mosselen, gerookte walviskloten… U kan het zo gek niet bedenken of er wordt tegenwoordig bier van gemaakt. Hoog tijd voor een gedachtewisseling tussen traditionalist Charles ‘Gouden Carolus’ Leclef en vernieuwer André ‘Witloofbier’ Janssens.

Belgische brouwers liggen meer dan ooit onder vuur vanwege hun vermeende behoudsgezindheid. Vastgeroest in traditionele brouwtechnieken en doodsbenauwd om enige inventiviteit aan de dag te leggen. In tegenstelling tot onder meer hun Amerikaanse, Britse en Scandinavische collega’s klampen ze zich, niet gehinderd door enige vernieuwingsdrang, vast aan vertrouwde ingrediënten en recepten. Het resultaat: technisch correct gebrouwen, maar allesbehalve originele bieren. Wie zit er nu te wachten op de zoveelste tripel of alweer een abdijbier?
Oké, we maken er nu een karikatuur van, maar de perceptie van een rijke, maar momenteel hopeloos ter plaatse trappelende biercultuur, waarbij brouwers met toegeknepen billen op veilig spelen en zich nog aan geen experimentje zouden wagen als ze er hun leven mee konden redden, vindt van langsom meer ingang. Maar het werkt uiteraard langs twee kanten. Dat menige consument, die zich angstvallig beperkt tot massaproducten als Jupiler, Leffe of Duvel, steile vooroordelen koestert ten aanzien van grensverleggende bieren, is niet onbegrijpelijk. Onbekend maakt onbemind.
“Ik was me er nog niet zo lang geleden zelf niet van bewust, maar Belgen zijn over het algemeen enorm traditioneel”, beaamt André Janssens van de Tildonkse familiale hoevebrouwerij Hof ten Dormaal, die internationaal scoorde met witloofbier Wit Goud/Whitegold (dat meer bepaald met cichorei is gemaakt), maar begin 2015 zwaar werd getroffen door een brand, waardoor de hele bottellijn en een aantal brouwketels werden vernield. “We zijn terecht fier op onze biercultuur, maar worden vandaag op sommige vlakken voorbijgestoken door andere landen. En dat heeft grotendeels met creativiteit te maken. Heel wat zelfverklaarde kenners in ons land zijn er nog altijd van overtuigd dat Amerikanen, Italianen of Nederlanders geen verstand hebben van brouwen, terwijl het tegendeel veel dichter de werkelijkheid benadert. Na de brand kreeg ik heel wat steun van bevriende brouwers uit het buitenland en om iets terug te doen voor hen organiseer ik sindsdien elk jaar in Leuven het Innovation Beer Festival. Daar kun jezelf gaan vaststellen wat ze buiten onze landsgrenzen qua brouwkunst in hun mars hebben.”

Oude schoenen

Waar wringt dan het schoentje? Hoe komt het dat Belgische brouwers en bierliefhebbers zo conservatief zijn? “Conservatief klinkt nogal negatief, ook al hoeft dat niet per definitie zo te zijn”, aldus Charles Leclef, die de leiding heeft over de Mechelse, al sinds de veertiende eeuw actieve en met Gouden Carolus en Cuvée van de Keizer wereldberoemd geworden, stadsbrouwerij Het Anker. “We konden lang terugvallen op een eeuwenoude traditie en er was geen dwingende noodzaak om creatief te zijn. Dat we daarbij niet buiten de lijntjes kleurden, is volgens mij ook ons geluk geweest. Zo hebben we namelijk onze referenties zoals geuze, witbier, saison en oud bruin niet te grabbel gegooid. Maar de laatste tijd zie je toch meer beweging. Niet alleen kleine, maar ook middelgrote brouwerijen komen met originele bieren op de proppen. Alleen zijn ze misschien iets voorzichtiger ten einde die bieren te kaderen in hun gamma.”
“Enkele jaren geleden had ik ook de indruk dat wij nogal oubollig bezig waren”, bekent Janssens. “Ik vond het idee om te innoveren wel avontuurlijk. Buitenlandse craft brewers hebben ons ongetwijfeld geïnspireerd, maar we wilden wel een persoonlijke toets geven aan onze bieren. Als je voor 90 procent van export afhangt, ben je trouwens genoodzaakt om je van je concurrenten te onderscheiden. Maar sinds kort ben ik ook gaan beseffen dat je verhaal moet kloppen. Wij brouwen met producten die wezelf kweken: hop, gerst, tarwe, spelt, fruit… Authenticiteit is onze grootste troef. We hebben lang de beer geeks in de VS op hun wenken willen bedienen. Uiteindelijk zou je zelfs oude schoenen in de brouwketel gooien om toch maar uit de band te springen. (lacht) Dat slaat natuurlijk nergens op.”
“Als je bierbrouwen louter als kunst beschouwt, blijf je beter bezig in je keuken of garage”, oordeelt Leclef. “Je moet een keuze maken. Het kan een leuke hobby zijn, maar wil je er je beroep van maken, dan zit je met de economische realiteit. Mijn boodschap aan beginnende brouwers luidt: ‘Bepaal je plaats in de markt.’ Dat betekent niet dat je commerciële toegevingen hoeft te doen. Maar je moet wel een concept hebben en daar trouw aan blijven. Eerlijk duurt het langst. Dan maakt het ook niet uit of je toegankelijk of avant-gardebier brouwt. Wie zijn huik naar de wind hangt, heeft op voorhand verloren.”