Bier met een relatief laag alcoholgehalte of helemaal geen alcohol wordt van langsom populairder. Niet alleen ‘s werelds grootste brouwers zoals AB InBev en Heineken, maar ook kleinschalige craftbrewers spelen gretig in op de nieuwe trend. Maar waarom drinken we steeds meer bier met minder alcohol?

We kunnen het ons nauwelijks voorstellen, maar er is een tijd geweest dat men bier als water dronk. In de Middeleeuwen betekende het drinken van door uitwerpselen en parasieten besmet water een enorm gezondheidsrisico. Epidemieën van onder meer de pest en cholera waren er het gevolg van. Maar omdat bier tijdens het brouwproces werd gekookt, was het vrij van ziektekiemen. En dus veel veiliger dan drinkwater. Geen wonder dat iedereen, ook kinderen, elke dag een relatief grote hoeveelheid bier consumeerde. Alleen bevatte het toenmalige bier zo weinig alcohol dat je het nog het best kunt vergelijken met wat we vandaag tafelbier noemen.
Tot voor kort was bier dus per definitie alcoholarm. Pas met de opmars van de hoge-gistingsbieren in de tweede helft van vorige eeuw ging het alcoholpercentage van deze bieren stelselmatig omhoog. Almaar meer brouwerijen legden zich vanaf de jaren zeventig toe op het maken van zware speciaalbieren, al was het maar omdat je met alcohol allerlei brouwtechnische foutjes kunt camoufleren. Maar naarmate de sancties voor rijden onder invloed zwaarder werden, kwamen er steeds meer alcoholarme en –vrije bieren op de markt. Pierre Celis was ruim een halve eeuw geleden zijn tijd ver vooruit met het witbier Hoegaarden, dat slechts 4,9 % alcohol bevat. Dat is minder dan een doorsnee pilsje. De voorbije jaren zijn bieren met een relatief laag alcoholgehalte en alcoholvrije bieren een wereldwijde trend geworden.

JUPILER ZERO

Om bier zonder alcohol te brouwen kun je op twee manieren tewerk gaan. Je zorgt ervoor dat er tijdens het brouwproces geen gisting plaatsvindt en dus ook geen alcohol ontstaat ofwel maak je bier volgens het boekje en haal je er achteraf de alcohol uit. Dat is echter makkelijker gezegd dan gedaan. Je hebt er in elk geval de geschikte apparatuur en heel wat ervaring voor nodig. Want hoe lager het alcoholgehalte, des te minder je kunt ‘liegen’ met je brouwsel – lees: ongewenste aroma’s en smaken verbergen.
Het is overigens lang niet zo dat elk alcoholvrij bier helemaal geen alcohol bevat. Bier zonder alcohol brouwen was niet zo lang geleden nog een technisch huzarenstukje. Daarom mag een brouwer in ons land bier met een alcoholgehalte van hoogstens 0,5 % wettelijk gesproken ‘alcoholvrij’ noemen. Dat kleine beetje alcohol wordt overigens onmiddellijk door de lever afgebroken, zodat je er geen enkel lichamelijk effect van ondervindt en dus ook niet dronken van kunt worden. Toch krijgen zogeheten alcoholvrije bieren, die toch enkele tienden van een procent alcohol bevatten, weleens de wind van voor van consumentenorganisaties. Die vinden namelijk dat brouwers op die manier de waarheid geweld aandoen.
Niet toevallig verving AB InBev begin december 2016 Jupiler N.A., die 0,5 % alcohol bevatte, door Jupiler 0,0 %. Zoals het naam al doet vermoeden, bevat deze nieuwe variant helemaal geen alcohol. Bovendien werd de 0,0 % in tegenstelling tot heel wat andere non-alcoholische bieren volledig gegist om er pas daarna de alcohol uit te halen. Volgens ’s werelds grootste brouwer is deze zero-pils kwalitatief hoogstaander dan Jupiler N.A., omdat het bier tot stand kwam dankzij een innovatief productieproces, dat tot dusver nooit in Europa was toegepast. Wat niet wegneemt dat de Jupiler Zero dichter aanleunt bij water dan bij bier. Misschien was het in de Middeleeuwen wel een succes geweest …

TRAPPIST LIGHT

In elk geval weet AB InBev nu blijkbaar niet meer van ophouden. De Leuvense biergigant wil dat tegen 2025 een vijfde van zijn aanbod uit alcoholarme en -vrije bieren bestaat. De markt lijkt er alleszins helemaal klaar voor te zijn. Niet alleen in onder meer Spanje, het Midden Oosten en de Verenigde Staten, maar ook in onze buurlanden is bier met weinig of geen alcohol aan een spectaculaire opmars bezig. Zo stijgt in Duitsland de populariteit van alcoholvrije bieren, die in sommige gevallen zelfs als isotone sportdrankjes worden aangeprezen, zienderogen. Ook bij onze Noorderburen zitten lichte bieren stevig in de lift. Vooral Radler, waarbij bier met limonade wordt vermengd en het alcoholgehalte rond 2 % schommelt, slaat er in als een bom. Dat is ook in ons land het geval, ook al staat de gemiddelde Belgische bierliefhebber vooralsnog bijzonder sceptisch tegenover bier met minder alcohol. Nochtans zou dat weleens snel kunnen veranderen.
Immers, ook artisanale brouwers springen massaal op de trein. Er komen van slag om slinger nieuwe craftbeers met een relatief laag alcoholgehalte op de markt. Maar in tegenstelling tot de lachwekkend dunne industriële non-bieren zijn het vaak echte aromabommen met verrassend veel smaak. In ons land pakken internationaal gereputeerde ambachtelijke brouwerijen als Struise Brouwers, De Ranke, De Dochter van de Korenaar en Brasserie de la Senne uit met hoge-gistingsbieren die minder alcohol bevatten dan pils, maar er qua aroma en smaak ver bovenuit stijgen.
Een categorie apart vormen de zogeheten refterbieren van de trappistenbrouwerijen. Deze licht alcoholische varianten op wereldberoemde bieren als Westmalle, Orval en Chimay worden sinds jaar en dag door de kloosterlingen aan tafel gedronken. Hoewel de vraag ernaar, gezien het succes van bier met minder alcohol, steeds groter wordt, zijn ze vaak slechts in beperkte mate verkrijgbaar.
Zo wordt het maaltijdbier Westmalle Extra (4,8 %) slechts tweemaal per jaar gebrouwen en is het voornamelijk voor intern gebruik bedoeld. Op vrijdagvoormiddag wordt het, op voorwaarde dat het beschikbaar is, verkocht aan de abdijpoort. Groene Orval of petit Orval (4,2 %) wordt binnen de kloostermuren in gebottelde versie geserveerd aan de monniken en hun gasten, terwijl je het bier alleen in café À L’ange Gardien, vlakbij de abdij, kunt drinken van het vat. En tot voor kort was het vlot verteerbare bier Chimay Goud (4,8 %) ook alleen voorbehouden voor de kloostergemeenschap, haar gasten en medewerkers. In Auberge de Poteaupré, op ongeveer een kilometer afstand van het klooster, wordt het bier van het vat getapt als Spéciale de Poteaupré. En sinds 2015 is deze trappist light zowaar ook in de handel en horecazaken te verkrijgen.