Het bier brouwen werd zo’n 5.000 jaar voor onze jaartelling wellicht bij toeval ‘uitgevonden’. Het verhaal gaat dat een rest brood die in een kom in de regen was blijven staan en was beginnen gisten, tot de aangename ontdekking van de alcohol zou hebben geleid. Wellicht ging het zelfs om een simpele granenbrij omdat de gewone man de luxe van gebakken brood niet eens kende. Volgens de oudste afbeeldingen gebeurde dit in Soemerië, het huidige Irak.

Eeuwenlang bleef het brouwen een zeer ambachtelijk, om niet te zeggen huishoudelijk, gegeven. Net als het maken van eten behoorde het brouwen tot het werkterrein van de vrouw en bleef ‘brood’ de grondstof om bier te maken.

In de middeleeuwen was die omweg al afgeschaft en maakte men rechtstreeks gebruik van graan, vooral haver en in mindere mate tarwe. Pas later is men de kwaliteiten van gerst als grondstof om te brouwen gaan ontdekken. Vandaar de ‘historische’ drie-granen-bieren waarover sommige brouwers het in de publiciteit vandaag nog graag hebben.

In die vroege middeleeuwen voltrok zich ook de eerste schaalvergroting toen Karel de Grote (742-814) het voorrecht van het brouwen aan de kloosters verleende.

De werkwijze bleef eeuwenlang nagenoeg dezelfde en de amateur-brouwer voert ze vandaag nog zo uit met zeer eenvoudige middelen.

Toen Pasteur de rol van de gistcellen bij de bereiding van het bier aantoonde en Carl von Linde in de Spaten-brouwerij in München de weg naar de koeltechniek opende, stevende de brouwerswereld af op een omwenteling: de massaproductie van bier van lage gisting, de pils. Een bier met een meer constante smaak dan de vaak geïnfecteerde bieren van hoge gisting van de kleine dorpsbrouwers.

De jongste vijftig jaar vonden in de zeer traditioneel genoemde brouwerswereld hoogtechnologische vernieuwingen plaats. Men verwierf meer inzicht in de ingewikkelde biochemische processen achter het bier maken, maar de natuurlijke gang van zaken dient de brouwer tot nog toe steeds te respecteren. Die (r)evolutie ontsnapt aan de mogelijkheden van de amateur, maar uit de toegenomen kennis kan hij hier en daar wel zijn profijt halen en zo komen tot een kwalitatieve verbetering van zijn bieren.