Pas nadat hij een eerste keer heeft gebrouwen, kan de amateur-brouwer berekenen hoeveel suiker en andere stoffen hij uit zijn mout heeft gehaald. Hiervoor maakt hij gebruik van de volgende formule:

(°Pt * SG * liters wort) / kg storting = rendement in %

In ons voorbeeld van 100 liter geeft dit:

(14,5 * 1,05703 * 100) / 22,53961 = 68%

De liters in bovenstaande formule zijn wel te rekenen bij 20 °C, na het koken en afkoeling. Wie maatindelingen aanbrengt in zijn kookketel dient, bij aflezing op het kookpunt, rekening te houden met de warmtecoëfficiënt. Die bedraagt 4%. Om tot een juiste bepaling van het bekomen volume te komen dient men het aantal liters dus nog eens met 0,96 te vermenigvuldigen.

De formule luidt dan:

(14,5 * 1,05703 * 100 * 0,96) / 22,53961 = 65,279998%!!!

Brouwerijen rekenen met een brouwzaalrendement van 72 à 74 % (75% voor pilsbieren) en voor de modernste installaties zelfs nog iets meer. Voor een amateur-brouwer is, afhankelijk van zijn ervaring, een rendement van 65 tot 70% meer realistisch. Bij het gebruik van hopbloemen blijft er immers ook nog eens ca 6,6 liter wort per kg hop achter! Wie merkt dat hij een hoger of lager rendement haalt, kan de storting voor zijn volgende brouwsels herberekenen.

Zoals voor alle berekeningen is het ook hier van belang te vertrekken van juiste cijfers: nauwkeurig afgewogen kilo’s mout, correct aflezen van de densimeter (steeds rekening houden met de ‘meniscus’) en een precieze manier om het volume te bepalen.

Professionele brouwers rekenen met de tabel van Goldiner en Klemann tot 5 cijfers na de komma…